Bestuivers in het landelijke gebied: wat kunnen boeren doen?
Koen Verhoogt van de Vlinderstichting nam de deelnemers aan De Wilde Kievitsbloem mee in de wereld van de bestuivers. Daarbij stond ook de vraag centraal hoe ‘boeren en burgers’ kunnen bijdragen aan de omstandigheden waarin bestuivers goed gedijen.
Bestuivers is de verzamelnaam voor bijen, zweefvliegen en vlinders. Voor bestuiving van planten, bloemen en bomen zijn zij cruciaal. Wilde bijen zijn verantwoordelijk voor 60% van de bestuiving, gevolgd door nachtvlinders (25%), zweefvliegen (10%) en dagvlinders (5%). Over de hele linie gaat het niet goed met de dagvlinders. Het aantal is gehalveerd en er zijn soorten volledig verdwenen door met name klimaatverandering. Hierdoor komen er echter ook nieuwe soorten voor. Er is verschil in redenen waarom het met bepaalde soorten niet goed gaat. Droogte, te weinig variatie in het landschap, te beperkte beschikbaarheid van schuilplaatsen (zoals hagen) of plantensoorten waar vlinders en rupsen voldoende voeding vinden.
Naar de aantallen nachtvlinders wordt pas sinds een decennium onderzoek gedaan. De aantallen zijn redelijk stabiel. Naar de aantallen zweefvliegen en wilde bijen wordt beperkt onderzoek gedaan dus hiervan is geen goed beeld. In Duitsland, waar meer onderzoek wordt gedaan, is wel vastgesteld dat de aantallen zweefvliegen en wilde bijen sterk teruglopen. Beheer is een belangrijk aspect hierbij. Het achterwege laten van insecticiden en pesticiden, variatie in beheer en het landschap, beperking van verstoring, beschikbaarheid van schuilplekken, nectar en waardplanten (met name voor de rupsen) dragen bij aan goede leefomstandigheden.
Bepaalde ANLb-pakketten dragen merkbaar bij aan de stand van de dagvlinders, die voor een groot deel buiten natuurgebieden leven. Beschikbaarheid van inheemse planten-, bloemen- en bomensoorten zijn van groot belang. Er zijn speciale zaadmengsels (zoals IJsselvaleimengsel) die zaden bevatten die van oudsher veel voorkomen in bepaalde gebieden. Diversiteit in vegetatie werkt ook positief. Minder stikstof leidt ertoe dat verdwenen inheemse soorten terug komen. Aansluitend op bestaande landschapselementen kunnen gunstige omstandigheden worden gecreëerd, zoals een haag in het verlengde van een bomenrij. Slootkanten ontzien bij het schonen van sloten en het opruimen van slootafval draagt ook bij. Een belangrijke maatregel is het variëren en faseren van maaien (liefst met messenbalk) en het mest rust laten van perceelranden, zodat er voedsel en schuilgelegenheid beschikbaar blijft. Vooral graslandvlinders zijn hierbij gebaat. Grasland met veel kruiden zijn gunstig.
In tuinen en op erven is het belangrijk om zo lang mogelijk bloeiende planten en bloemen te hebben, dus van vroeg in het voorjaar tot laat in de zomer. Inheemse soorten en diversiteit in soorten zijn gunstig voor bestuivers. Voor de overwintering van bestuivers is het laten liggen van bladen, het niet afknippen van stengels en beperkt snoeien waardevol. Een gazon met veel kruiden draagt ook positief bij.
De website Erfparadijzen.nl geeft praktische informatie en tips over het creëren van zo gunstig mogelijke omstandigheden voor bestuivers en andere diersoorten die op erven en in tuinen voorkomen.