Rabobank visie: extensieve bedrijfsvoering en maatwerk nodig in veenweidegebieden
De Rabobank ziet ook in de toekomst een belangrijke rol weggelegd voor melkveebedrijven in de Nederlandse veenweidegebieden.
In een recent gepubliceerde visie benadrukt de bank dat er verschillen zijn tussen de verschillende veenweidegebieden en dat gebiedsgericht moet worden gekeken naar de optimale balans tussen natuur en de agrarische functie. Voor de deelnemers aan samenwerkingsverband Sûnder Mear in het Friese veenweidegebied is het werken in deze balans een continue uitdaging.
Circa 20% van alle melkveebedrijven is gevestigd in de veenweidegebieden in Friesland, Overijssel, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland. De bodem in veenweidegebieden is zeer geschikt voor de teelt van gras. Hoewel voor alle gebieden geldt dat bodemdaling en oxidatie van veen de twee grootste uitdagingen zijn, ziet de bank ook verschillen. Waterpeil en bodemsamenstelling verschillen waardoor per gebied moet worden gekeken naar waterpeil, waterberging en waterbeheer in combinatie met bedrijfseconomisch gezonde melkveebedrijven.
Veenweidegebieden vereisen een extensieve bedrijfsvoering waardoor het verdienvermogen van melkveebedrijven wordt beperkt. Een rol in het vervullen van maatschappelijke taken zoals natuur- en landschapsbeheer, met een passende vergoeding vanuit o.a. Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), bieden zowel de melkveehouder als het veenweidegebied perspectief. Vanaf volgend jaar komt jaarlijks 500 miljoen euro extra beschikbaar voor uitbreiding van agrarisch natuurbeheer. Hierdoor worden het areaal met natuurbeheer groter, de vergoedingen hoger en de regeling breder.