Bijeenkomst Noordwest Veluwerand met Geldersch Landschap en Kasteelen

Inleiding
In het veld

Voorafgaand aan de bijeenkomst van samenwerkingsverband Noordwest Veluwerand onthulde adjunct-directeur Theo Meeuwissen van Gelders Landschap en Kasteelen (GLK) een informatiebord op het melkveebedrijf van de familie Korevaar in Ermelo. Het bedrijf maakt onderdeel uit van het prachtige landgoed Staverden nabij Ermelo. Voor Theo Meeuwissen was dit zijn laatste werkbezoek voordat hij met pensioen gaat. Hij gaf aan waarde te hechten aan het bijwonen van de onthulling omdat landbouwbedrijven van groot belang zijn voor de instandhouding van de landgoederen van GLK en de samenwerking met de familie Korevaar uitstekend is.

Vervolgens ging de inhoudelijke bijeenkomst van start. De leden van samenwerkingsverband Noordwest Veluwerand hebben in een bijeenkomst met vertegenwoordigers van Geldersch Landschap en Kasteelen (GLK) gesproken over hun gezamenlijke rol in het beheer van natuur. Centraal stond daarbij de bodem: wat gebeurt er in de bodem als het beheer verandert en hoe kunnen ecologische doelen worden behaald terwijl agrarisch gebruik mogelijk blijft. Boki Luske van het Louis Bolk Instituut zette uiteen hoe diverse variabelen in de bodem van invloed zijn op de vegetatie.

Als concreet voorbeeld werden bodemanalyses van twee belendende percelen op Landgoed Staverden in Ermelo tegen het licht gehouden. In het ene perceel is pitrus dominant terwijl in het perceel ernaast een veel meer diverse vegetatie zichtbaar is. Voor zowel de melkveehouder als GLK bleek diversiteit in vegetatie de voorkeur te hebben. Boki Luske liet aan de hand van bodemmonsters zien dat er meerdere variabelen van invloed zijn op de vegetatie, zoals bodemopbouw, organische stofgehalte, calcium, fosfaat, voedingsstoffen, grondwaterniveau en -kwel, regenwater en afwatering hiervan. Het optimaliseren van de vegetatie vraagt dus ook om het doorgronden en beïnvloeden van meerdere van deze variabelen.

Zowel tijdens de presentatie als ‘in het veld’ na afloop is dan ook uitgebreid gediscussieerd over de manier waarop de dominantie van pitrus kan worden aangepakt. In samenhang hiermee is ook besproken hoe terrein beherende organisatie en melkveehouder nog beter kunnen samenwerken en afstemmen. Een belangrijke conclusie was dat aanpassing van beheer geleidelijk moet plaatsvinden waarbij veranderingen goed gemonitord worden. Te snelle aanpassing in het beheer verstoort het evenwicht in o.a. de bodem, vegetatie en waterhuishouding.

Lees verder

Bekijk alles