Wat houdt de extensiveringsregeling voor akkerbouwers in?

De akkerbouwregeling wordt opengesteld in het voorjaar van 2026, een beslissing op projecten die doorgaan wordt verwacht in november 2026. De projecten worden uitgevoerd in 2027 en 2028. 

Wil je meer weten over de regeling? De webinar van 4 november is opgenomen en kan op verzoek met je worden gedeeld.  

Veld en Beek klaver

Doel van de regeling

De extensiveringsregeling heeft als doel de stikstofuitstoot van akkerbouwbedrijven in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te verminderen. Deze vermindering wordt onder andere bereikt door bedrijven te extensiveren. Dit kan door de mestgift te verminderen én de hoeveelheid rustgewassen te verhogen. Beide maatregelen leiden ertoe dat er relatief minder stikstof per hectare wordt toegepast. Als tegemoetkoming voor de gederfde inkomsten, ontvangen deelnemers een jaarlijkse vergoeding.  

 
De deelnemers kunnen ook aanvullende maatregelen nemen die leiden tot lagere stikstofemissies en behoud en/of herstel van natuur. In gebieds- en bedrijfsplannen werken ze deze verder uit.  

In welke gebieden? 

De extensiveringsregeling richt zich op stikstofgevoelige overgangsgebieden Natura 2000. Van de in totaal 162 Natura 2000-gebieden zijn er ongeveer 80% aangemerkt als stikstofgevoelig. Voor deze kwetsbare natuurgebieden moet de stikstofdepositie worden beperkt zodat de natuur zich kan herstellen.  

Om in aanmerking te komen voor subsidie via de extensiveringsregeling moet minimaal 50% van het landbouwareaal van een bedrijf binnen 2,5 km van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied liggen (overgangsgebied). Benieuwd of jouw percelen in een overgangsgebied liggen? Kijk dan op deze kaart. Het Ministerie heeft een lijst gepubliceerd met alle gebieden. Deze zijn te vinden in Bijlage 2 van de Staatscourant. De lijst is gerangschikt per provincie. Sommige gebieden vallen onder het Rijk of het Ministerie van Defensie, deze staan onderaan. 

Voorwaarden van de regeling 

Akkerbouwbedrijven die mee willen doen in de regeling moeten aan de volgende voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden gelden als instapcriteria, maar moeten ook tijdens de looptijd van het project jaarlijks worden aangetoond.  

  • Akkerbouwbedrijven verminderen de bemesting (plantaardig, dierlijk en eventueel kunstmatig) tot maximaal 100 of 150 kg stikstof per hectare. Ieder akkerbouwbedrijf realiseert daarnaast10% vermindering van de stikstofbemesting per hectare ten opzichte van 2025. 
  • Op minimaal 50% van het bouwland worden rustgewassen geteeld. Het ministerie heeft een lijst samengesteld van de gewassen die hiervoor in aanmerking komen. Dit kan gevolgen hebben voor het bouwplan.
  • Van de percelen ligt minimaal 50% binnen 2,5 kilometer van een stikstofgevoelig Natura 2000-overgangsgebied. Het peilmoment hiervoor is gecombineerde opgave 2026.  
  • Maximaal 20% van het bedrijfsareaal mag bestaan uit permanente teelt. Hier valt blijvend grasland ook onder. Het peilmoment hiervoor is gecombineerde opgave 2026.
  • De stikstofdierexcretie is maximaal 50 kg stikstof per ha.  
IMG 7518

Het vormen van samenwerkings
verbanden

Bedrijven die deelnemen aan de extensiveringsregeling vormen een samenwerkingsverband met collega’s. Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 2 partijen en 200 ha landbouwareaal. Hiervan ligt dus minstens 100 ha in een overgangsgebied. Alle akkerbouwbedrijven in het samenwerkingsverband moeten aan de voorwaarden van de regeling voldoen. Wanneer achteraf blijkt dat dit niet het geval is wordt de projectaanvraag afgekeurd.   

Wanneer een akkerbouwbedrijf besluit met meerdere samenwerkingsverbanden een projectplan in te dienen worden deze per direct afgekeurd. Een bedrijf kan slechts in één samenwerkingsverband deelnemen. 

Er worden verder geen voorwaarden aan samenwerkingsverbanden gesteld. Biologische en gangbare akkerbouwers kunnen samen een verband vormen. Ook akkerbouwers uit Groningen en Zeeland kunnen samen een verband vormen. Wel wordt de toekenning van de subsidie gelinkt aan de impact van de plannen van een verband en de haalbaarheid van deze plannen. Het is daarmee aan te raden om een regionale spreiding aan te houden in de samenwerkingsverbanden. 

Toekenningscriteria van de subsidie 


Het subsidieplafond is nog onbekend voor de regeling. Wanneer er in totaal een hoger bedrag wordt aangevraagd worden de projectplannen gerangschikt op basis van 4 criteria. Alleen aan de aanvragen met het hoogste puntenaantal wordt dan de subsidie verleend. Een aanvraag moet minimaal €125.000 bedragen. Hiervan mag maximaal 25% worden besteed aan projectmanagement.  

  • Effectiviteit (Weging 4) gebaseerd op hoe ambitieus het samenwerkingsverband is op het verminderen van de impact. Kiezen voor de Skal-lijst voor gewasbescherming, maximaal 100 kg N per ha en veel percelen binnen 1 km van het N2000 gebied leveren extra punten op. 
  • Haalbaarheid (Weging 1). Verwacht RVO dat het plan zonder problemen uit te voeren is. Dit hangt samen met het verwachte kennisniveau van het samenwerkingsverband. Biologische en Biodynamische bedrijven binnen het verband leveren een hogere score. 
  • Efficiëntie (Weging 1). De kosten van het project in verhouding tot de effectiviteit. Ook wordt gekeken hoe efficiënt kennis, kunde en arbeid wordt toegepast. 
  • Urgentie (Weging 1) Hoe stikstofgevoeliger het aangrenzende N2000 gebied, hoe hoger de urgentiescore. De Veluwe levert een hogere score op dan de Waddenzee.  

De RVO geeft aan de hand van het projectplan een score tussen de 1 (slecht) en de 5 (uitstekend). In totaal kunnen 35 punten worden toegekend. Alle projectplannen met een score onder de 21 worden per direct afgewezen. Daarna worden de plannen gerankt. Het plan met de hoogste score krijgt sowieso de subsidie, dan de nummer 2 op de lijst, tot dat het subsidie plan wordt samengesteld.   

Bij het vormen van een samenwerkingsverband streven wij ernaar dat de aanvraag een zo hoog mogelijke score behaalt. 

Verwachte vergoedingen  

Deelnemende akkerbouwbedrijven ontvangen een vergoeding per hectare, de zogenaamde beheervergoeding. De vergoeding wordt verleend over het volledige landbouwareaal van het bedrijf. Aangezien de regeling nog niet is gepubliceerd, zijn de genoemde bedragen onder voorbehoud.  
  

Naast de beheervergoeding is er budget voor het inhuren van partijen voor projectmanagement, begeleiding, onderzoek en communicatie. Dit worden de projectkosten genoemd. Over gemaakte projectkosten wordt 23% arbeidsforfait uitgekeerd. Dit forfait is bedoeld om de onkosten van deelnemers aan het samenwerkingsverband te vergoeden.  

Strokenteelt Bionext

Projecten: Gebieds- en bedrijfsplannen, communicatie

Bij toekenning van de subsidie start het project in 2027. Tijdens het project moet elk samenwerkingsverband een gebiedsplan maken. Hierin wordt beschreven welke activiteiten worden ondernomen gericht op het verminderen van stikstofuitstoot en het bijdragen aan de natuurdoelen in de betreffende Natura 2000-gebieden. 

Iedere deelnemer maakt voor het eigen bedrijf een bedrijfsplan. Daarin beschrijft de deelnemer hoe de extensivering van zijn/haar bedrijf gerealiseerd wordt. Vanuit de regeling is ook geld beschikbaar om onderzoek te doen naar mogelijke aanpassingen in de bedrijfsvoering die leiden tot vermindering van stikstofuitstoot, herstel van natuur en vergroting van biodiversiteit.  

Ook moet er een communicatieplan gemaakt en uitgevoerd worden en zijn er alle communicatie- en projectvoorwaarden waaraan voldaan moet worden. 

Waarom samen optrekken met Bionext? 

Bionext voert momenteel vijf projecten uit in het kader van de extensiveringsregeling 2025-2028. Daarin is Bionext verantwoordelijk voor projectleiding, administratie, het organiseren van bijeenkomsten, schrijven van gebieds- en bedrijfsplannen en het doen van communicatie. Ook coördineert Bionext een onderzoeksprogramma en helpt ondernemers bij de check en de voortgang op voorwaarden en doelen van de extensiveringsregeling. 

Het doen van aanvraag tot subsidie is complex. Bionext kan helpen bij de check op voorwaarden (komt uw bedrijf in aanmerking) en begeleidt het proces tot schrijven van het projectvoorstel, maakt de begroting en zorgt voor onderbouwende documenten. 

Als meerdere projecten in het kader van de akkerbouwregeling toegekend worden kan Bionext meer tijd en aandacht steken in de biologische akkerbouw. Bionext zal dan samen met Bioplant de belangen van de hele biologische landbouwsector nog beter voor het voetlicht kunnen brengen. 

Nieuws

Bekijk alles